De blog van deze week is net iets anders dan anders. Natuurlijk zijn we nog ‘gewoon’ op wereldreis, komt de zon op in het oosten, gaat hij onder in het westen en hangt er nog altijd een kilo of twintig aan onze inmiddels zwaar afgetrainde ruggen. Toch verandert er iets als we vanaf Bangkok het vliegtuig in stappen richting het zonovergoten paradijs in de Indische Oceaan. De reis naar de Malediven voelt als een vakantie op vakantie. Voorheen dacht ik overigens dat je moet kunnen zingen als Beyon-Z, acteren als Brangelina of voetballen als Messinaldo om de Malediven te kunnen bezoeken. Of dan in ieder geval drie nieren verkopen om het geld bij elkaar te sprokkelen. Maar nee; de puntgave koraaleilanden, spierwitte stranden, belachelijk blauwe baaien en wuivende palmbomen zijn ook beschikbaar voor de afdingers, de gierige Hollanders en de rekenmachine-reizigers. Vandaag: alles over backpacken in de Malediven!

DSC04362 (2)

Het lijkt wel Lego City: de hoofdstad Malé

Onderaan zal ik een kleine toelichting geven van ons budget, maar allereerst natuurlijk alles over dit grote avontuur. In het pikdonker landt ons kleine Air Asia-vliegtuigje op het vliegveld van de Malediven in de hoofdstad Malé. Naast het volgebouwde eiland ligt een kunstmatig eiland in de praktische vorm van een landingsbaan, genaamd Hulhumale. De eerste nacht brengen we door op dit eiland, zodat we de volgende dag fris en fruitig de oversteek kunnen maken naar verderop gelegen eilanden.
Omdat onze boot naar het eiland Maafushi pas om drie uur ’s middags vertrekt vanuit Malé, gebruiken we een halve dag om de hoofdstad te verkennen. Dat klinkt kort, maar in een uurtje wandelen we zo’n beetje het hele eiland over en krijgen we een aardig beeld van het volgebouwde ‘Lego City’. Om ruimte te besparen zijn de straatjes zo smal mogelijk, terwijl overal tegelijk wordt gesloopt en gebouwd. Soms is niet eens duidelijk welke van de twee; sta je als bouwvakker een gloednieuw pand te slopen! Er valt verder niet heel veel te zien en dat is maar goed ook; als je even niet oplet, lig je zo onder één van de duizend rond racende scooters. Op de stoep lopen behoort ook al niet tot de opties, want daar staan de scooters die even geen mensen aan het platrijden zijn. Kortom, een bijzondere plek om te zien, maar door gebrek aan een lunchcafé is de supermarkt, waar we een brood en een pot chocopasta kopen voor een euro, het absolute hoogtepunt.

DSC04120

Backpackers Paradise Maafushi

Bij het uitkiezen van de eilanden die we bezoeken, is het belangrijk om te weten dat de Malediven een streng islamitisch land is. Buiten de privé-eilanden, waar de dure resorts liggen, is het bijna nergens toegestaan om in bikini op het strand rond te hangen. Nu was ik dat zelf niet persé van plan, al zou ik dan zeker voor een string-variant gaan en dat prima kunnen hebben, maar voor mijn vriendin Suus is het een behoorlijke dealbreaker. Pas sinds 2008 staat de wet toe dat ook op lokale eilanden guesthouses worden geopend in combinatie met een stukje strand voor de toeristen. Inmiddels zijn er daardoor een paar lokale eilanden waar het toerisme begint op te komen, waarvan Maafushi de bekendste is. We varen naar dit ‘backpackers paradise’ in anderhalf uur en betalen voor de lokale boot nog geen twee euro. Met privé vervoer zouden we er een half uurtje over doen, maar dan betaal je wel meteen het tiendubbele.

DSC04236

We hebben drie nachten geboekt bij Maafushi Holiday Lodge en betalen twintig euro per nacht. Waar ze het van doen weet ik niet, maar verse fruitshakes, koffie/thee en een uitgebreid ontbijtbuffet zijn daarbij inbegrepen; de roti-pannenkoeken met kokos en tonijn zijn zelfs mijn nieuwste verslaving aan het worden!
Het eiland Maafushi is klein; als ik struikel over de drempel van onze kamer, lig ik al met mijn snufferd tussen de palmbomen van het bikini-strand. We ervaren het typische eilandleven, met een gezonde combinatie van de lokale cultuur en een beetje toerisme. Buiten de kosten van het hotel, kost het leven ons praktisch niets. Een paar euro hier en daar voor een bord rijst, noedels of kottu, that’s it! Althans, wanneer je iets met tonijn bestelt, want vlees of andere vis is dan net wat duurder.
Het belangrijkste van alles is natuurlijk het strand en die prachtige zee. Al is dit nog niet eens het meest afgelegen natuurrijke plekje van de Malediven; het water is blauwer dan een smurf in een Italiaans voetbaltenue en het zand kun je zo over je oliebollen strooien, zo wit en zacht als poedersuiker. Na een uur op dit strand was de batterij van mijn camera leeg. Meer hoef ik eigenlijk niet te zeggen.

DSC04270

Het afgelegen bounty-eiland Feridhoo

Hoe leuk we het ook hebben op Maafushi; dit was pas het begin. Het doel van onze reis naar de Malediven is namelijk: het vinden van het meest pure eiland in de middle of nowhere, met onze backpack. We gaan op zoek naar een strand waar je een seizoen van Expeditie Robinson zou kunnen opnemen, waar we Tom Hanks met een baard van een meter kunnen tegenkomen uit de film Cast Away; het onbewoonde-eiland-idee uit mijn favoriete kinderen-voor-kinderen-liedje. Die ultieme droom gaan we verwezenlijken!
Na wat rondspeuren op internet komen we uit bij het eiland Feridhoo. Er zitten maar twee kleine guesthouses in een klein lokaal dorpje, terwijl driekwart van het eiland uit onbewoonde jungle bestaat. Puur omdat er genoeg strand is en er bijna niemand woont, is het ook hier mogelijk om als toerist het strand te gebruiken.
We varen vanaf Maafushi terug naar de hoofdstad en brengen de nacht door op een nabijgelegen eiland genaamd Villingili. Vanwege het ruimtegebrek in Malé is het al snel goedkoper om buiten de stad te slapen, vandaar. De bootjes tussen deze eilanden kosten overigens maar dertig eurocent. De lokale boot die we moeten hebben naar Feridhoo gaat maar drie keer per week, dus er komt wat planning bij kijken, maar de volgende dag varen we in een uur of acht naar één van de meest afgelegen eilanden van de Malediven. De trip kost ons een euro of drie, dus ook daar gaat ons backpackers-hartje weer sneller van kloppen.

DSC04407

Op het eiland Feridhoo is eigenlijk helemaal niets; precies wat we wilden. We kijken om ons heen en denken: waar zijn we beland? Als je een half jaar door Azië hebt gereisd, ben je zo’n beetje vergeten hoe stilte klinkt! Oorverdovende stilte is wat we aantreffen op Feridhoo. Het eiland is knalgroen en er zijn slechts een paar zandweggetjes die je amper straten kunt noemen. Ons hotel speelt slim in op de afwezigheid van elke vorm van toerisme en biedt peperdure maaltijden aan. Maar dan kennen ze deze die-hard-backpackers nog niet; we kammen het dorpje uit, volgen ons oer-Hollandse instinct en vinden welgeteld één klein grimmig cafeetje, waar misschien tweeënhalve man onderuitgezakt Indiase Bollywoodfilms zitten te kijken. We lopen naar binnen en ploffen neer op een bank die mijn oma in 1937 zou hebben weggedaan omdat hij ouderwets was. Die eerste keer worden we vol verbazing ontvangen en weet de eigenaar niet echt wat hij met ons aanmoet, maar als we daarna twee keer per dag bij hem langskomen voor een tuna fried rice, is de tafel al zo’n beetje gedekt voor de komst van zijn speciale gasten. Het eten is trouwens heerlijk en we betalen een paar euro.

We slijten onze dagen precies op de manier die we wilden: zonnebadend op een Cast Away-strand. Als ik goed luister, kan ik Tom Hanks in de verte horen roepen: Wilson! Wilson! Ook spelen we onze eigen versie van Expeditie Robinson, inclusief de afwezigheid van eten. Terwijl we uit volle borst zingen: ‘..drink met de billen bloot, melk uit de kokosnoot. Je wordt vanzelf groot!’. Over een totaal verlaten strand, mooier dan we het ooit hadden kunnen dromen, lopen we het hele eiland rond zonder een levende ziel tegen te komen. We lopen een stuk door de jungle en zwemmen met snorkels door een waanzinnig koraal. Vrijwel meteen zie ik schildpadden, murenes, barracuda’s en duizenden gekleurde vissen. Het paradijs is beschikbaar voor twintig euro per dag, wie had dat gedacht.

DSC04408

Wat schuift het?

Zoals ik al zei, is het meest verbazingwekkende van onze trip waarschijnlijk het prijskaartje. Daarom heb ik hieronder een klein overzichtje gemaakt van de gemiddelde kosten per persoon per dag in onze negen dagen op de Malediven.

Overnachting: 13,44 euro
Ontbijt: gratis/inbegrepen
Lunch: 1,65 euro
Diner: 3,15 euro
Lokale boten: 1,37 euro
Overig/boodschappen: 0,85
Strand, zee, snorkelen: gratis

Totaal: € 20,46

Afhankelijk van de plek waar je op het vliegtuig stapt, hoeft ook de reis naar de Malediven niet veel te kosten. Naast het dagbudget gaven we € 112 uit aan een ticket vanaf Bangkok en vertrokken we voor € 78 naar Sri Lanka. Tot slot kan ik zeggen dat er met een iets groter budget natuurlijk nog veel meer mogelijk is. Maar goed om te weten: voor twintig euro per dag kun je al rondrennen in je bikini, kokosnoten verzamelen op de meest afgelegen bountystranden en rond spartelen in het meest verblindende blauwe water. Wij reizen door naar Sri Lanka en ontvangen graag een kaartje wanneer jullie massaal naar de Malediven verkassen.

DSC04429

  • Share on Tumblr