Inmiddels zijn we al zo’n anderhalve maand bezig aan onze wereldreis. Het derde land, na China en Vietnam, is Cambodja. We begonnen daar in de hoofdstad en maakten kennis met het land en het heftige verleden. Een bezoek aan een vroegere gevangenis en de zogenaamde ‘Killing Fields’ maakte ons niet bepaald vrolijk, maar de volgende bestemming doet dat zeker wel. Vanaf de badplaats Sihanoukville varen we namelijk naar één van de allermooiste eilanden, Koh Rong.

DSC_2335

We beleven Koh Rong vanuit een tent in de wonderschone natuur

In de vorige blog vertelde ik al over onze unieke slaapplek op Koh Rong. Op het afgelegen Coconut Beach staan namelijk slechts een paar bungalows en tentjes; onze tent vlak naast de zee, aan de rand van het tropisch regenwoud. De eerste dag op ons Expeditie Robinson-eiland doen we vooral wat Suus al heel lang wilde doen hier: op het strand neerploffen, een laagje Croma bakboter erop, zo min mogelijk bewegen en wachten tot we er als een gebraden kippetje uitzien. Oh en dan af en toe afblussen met wat zeewater. Ik doe gezellig met haar mee, meestal voor een minuutje of tien en dan ga ik op onderzoek uit.
We douchen onder een straaltje water midden tussen de tropische planten, en zien de zon ondergaan. Het enige licht wat we dan nog zien, komt van de duizenden sterren in de lucht. Het is er ook zo rustig, dat het bijna een therapeutische werking heeft om even zo afgezonderd te zijn van de wereld. We hebben trouwens nog wel een paar leuke avondactiviteiten. In het pikdonker gaan we namelijk met een klein groepje het water in om lichtgevend plankton te zien. Als we met onze handen door het water spartelen zien we allemaal kleine lichtflitsen in het water. Heel bijzonder! Daarna drogen we op met een biertje op een houten veranda van het eco-resort. Daar steken we een hetelucht-ballonnetje aan dat we op laten stijgen tot hij als een puntje tussen de sterren verdwijnt. Natuurlijk mag je dan weer een wens doen, maar meer dan dit kunnen we niet wensen toch?

De tweede dag op het eiland is het tijd om op verkenning te gaan. Vanaf ons eigen strand kun je namelijk hele mooie trekkingen maken door de jungle, naar andere, nog meer afgelegen stranden. Zo is hier in de buurt bijvoorbeeld een seizoen van de tv-show ‘Survivor’ opgenomen, de Amerikaanse variant van Expeditie Robinson. Als je er iets van wilt zien zul je op dit eiland veel moeten lopen, want echte wegen zijn er niet en dus ook geen gemotoriseerd vervoer. Er gaan uiteraard wel boten, maar dan mis je het meest spectaculaire deel van het eiland: het oerwoud, toch wel mijn favoriet onder de landschappen. Onder de geluiden van apen, tropische vogels en een triljoen krekels lopen we van strand naar strand door de jungle om te eindigen bij het mooiste strand Pura Vita, het ‘echte leven’. Daar zie ik op een gegeven moment een grote neushoornvogel van boom naar boom vliegen en steeds als ik een foto wil maken, vliegt hij weer honderd meter verder. Met een aardig sprintje over het zand heb ik uiteindelijk toch een hele mooie foto kunnen maken. Koh Rong was voor ons werkelijk een reisje naar het paradijs; ik zou iedereen aanraden om hier zo afgelegen mogelijk in een tentje te gaan zitten om de pure natuur te ervaren.

DSC_0848

De bus naar Siem Reap met een tussenstop in Insectopia

Eerder had ik het al over het openbaar vervoer dat in verre landen zo heerlijk onvoorspelbaar kan zijn; een behoorlijk avontuur op zich. De bus naar Siem Reap was er weer typisch zo één. Of eigenlijk waren het er twee met een overstap in de hoofdstad Phnom Penh. Het probleem ontstaat eigenlijk op het moment dat we bij een restaurant stoppen om te lunchen. Het ziet er allemaal niet zo hygiënisch uit, het stinkt een beetje en mijn persoonlijke keuringsdienst van waren, Suzanne, is niet overtuigd. We kiezen voor een achterlijk duur pak koekjes en stellen de lunch uit tot de overstap. Ondertussen waren we even vergeten dat een bus die op tijd aan komt in Cambodja, meteen voorpagina nieuws is; de overstap van anderhalf uur is op magische wijze veranderd in een haastige vijf minuten. We rennen meteen onze nieuwe bus in en bedenken: bij de volgende stop gaan we het opnieuw proberen en dan moet Suus de speurhond, maar even haar neus dicht knijpen. Inmiddels begin ik echt serieuze honger te krijgen.
Op een gegeven moment is het al pikdonker en het enige dat meer geluid maakt dan de hobbelige kraakbus is het knorren van onze magen. Inmiddels leven we al zo’n twaalf uur op een pak koekjes. Dan rijdt de bus van de hoofdweg af op een hobbelig zandweggetje. In eerste instantie, en dat is niet eens zo onlogisch, denken we dat deze bus zijn laatste meters gemaakt heeft, maar dan blijkt dat hier midden in de rimboe een restaurant is. We rennen snel als eerste uit de bus en terwijl Suus watertandend boven de menukaart staat te mompelen dat ze wel trek heeft in rijst, kijk ik naar de bakken met eten in een hele vieze stinkende vitrine. Zonder te overdrijven, zie ik wel tien verschillende soorten insecten door de bakken met vlees lopen! Nou houd ik best van een goede mixed grill hoor, begrijp me niet verkeerd, maar dit ging mij ook net even te ver! Als de dame achter de toonbank mij wit ziet wegtrekken, lacht ze even en haalt ze snel een paar beesten uit het eten weg. Is er dan tenminste nog iets anders te krijgen in deze toko? Welnee, natuurlijk niet. Ik twijfel nog even of ik een lekkere Chili con Kakkerlak bestel, maar we besluiten nog heel even af te zien tot we in Siem Reap zijn.

We willen nog wel even een plasje doen, dus lopen we in het pikdonker naast het restaurant op zoek naar de WC. En daar vonden we het: insectopia! Zoveel insecten zaten er in elke plee, dat je twee keer moest kijken of het niet een persoon was die we erop zagen zitten. Als ik een urinoir gevonden heb, waar even twee seconde geen beesten zitten, komt er tijdens het plassen een joekel van een kakkerlak aangevlogen. Het beest zag een mooie landingsbaan, maar ik draaide snel weg en sproeide de hele boel onder. Niet dat het enig verschil maakt hier in Cambodja, want de muren zijn er geel van de urine. Maar goed, ik heb het ternauwernood overleeft; Suus komt gillend uit de WC rennen en ik denk: mooi, we kunnen gaan. Als we terug lopen door het restaurant zien we dat niemand deze plek maar met een stok durft aan te raken en er klinkt bijna gejuich als de deur van de bus weer open gaat. Maar dan komt er nog een kleine verrassing. Na een kwartier rijden zit ik vredig in mijn comfort-zone,level 132 van Candy Crush te spelen en dan hoor ik opeens het geschreeuw. Suus lijkt te worden aangevallen door een dinosaurus, maar in werkelijkheid blijkt dat er iets ik haar shirt zit. Ze begint zich opeens half uit te kleden en ik zeg: ‘nee joh, dat is vast niks; een lipje van je kleding’. Maar dan gilt ze nog harder en wijst ze naar mij. En inderdaad, er zat een beest op mijn broek, dat ik bijna zou denken dat het toch een dinosaurus was. Ik sla het beest van me af en het blijft op zijn rug in het gangpad liggen. Vijf minuten later is het toch weer weg. En zo zat Suus nog een paar uur in de stress voordat we eindelijk konden eten in Siem Reap.

DSC_2584

Cambodja’s wereldwonder is een jungle vol met Indiana Jones-achtige tempels: Angkor Wat

Siem Reap is DE uitvalsbasis voor trips naar het machtige en indrukwekkende tempelcomplex Angkor Wat, veruit de grootste attractie van Cambodja. Hier lag namelijk zo’n tienduizend jaar geleden de oude hoofdstad van het Khmer-rijk, dat in het hoogtepunt van de bloei bijna heel Zuidoost-Azië besloeg. De stad heette Angkor en de bekendste van de tempels, die ook op de nationale vlag van Cambodja staat, heet Angkor Wat. Daarnaast zijn er nog een heleboel tempels die je kunt bezoeken, maar die liggen wel een stuk uit elkaar. Daarom is het belangrijk om een vervoersmiddel te kiezen voor de dag. De makkelijkste optie is om ons een hele dag rond te laten rijden in een tuk tuk, voor een dollar of twintig. We zijn dan misschien een tijdje weg uit ons prijsbewuste landje, maar we blijven trotse Hollanders, dus onze oplossing is ‘same same but cheaper’: we pakken zelf de mountainbike vanuit Siem Reap. Zei ik mountainbike? Dat is misschien wel een heel chique woord voor een stuk schrootijzer met twee ‘zo goed als’ ronde stukjes rubber eronder en een harde stok als zadel waar een parkiet nog last van in zijn reet zou krijgen. Het kwam in ieder geval vooruit; remmen was al iets lastiger, dus dat deed ik af en toe op met ouderwetse Flintstones methode: hakken in het zand en hopen dat je niet de krant haalt onder het kopje ‘toerist platgereden door tuk tuk’.

We vertrekken ’s morgens vroeg, maar al snel stijgt het kwik naar de 40, 45 graden. Zo snel als we ons water drinken komt het er bij onze poriën weer uit, wat een bizarre hitte! We rijden vanaf Angkor Wat naar de ommuurde stad Angkor Thom, met daarin de tempel van de lachende Boeddha’s. Vanaf daar bezoeken we nog een groot aantal tempels en eindigen we bij één van de meest spectaculaire: Ta Prohm, die helemaal is overgenomen door de jungle. Bomen groeien er dwars door de stenen en doen denken aan het paleis van Koning Louie in Jungle Book. Ook was deze tempel de filmset van de blockbuster Tomb Raider, dus dan weet je een beetje wat je kan verwachten.

DSC_0919

Diefstal ligt in Cambodja altijd op de loer, zelfs in de jungle

Wat trouwens bijna verbazingwekkend te noemen is, is dat we door Vietnam en Cambodja heen lijken te komen zonder enige spullen te verliezen of bestolen te worden. Hier staan de landen helaas toch ook wel een beetje om bekend. We zijn er daarom ook altijd op voorbereid en houden onze spullen non-stop goed in de gaten.
Hier in Angkor Wat moet ik helaas zeggen dat we toch nog even zijn beroofd. Als we heel even stoppen om bij een tempel te kijken en Suus een lekker slokje van ons net aangeschafte koude water wil nemen, rent de dader op haar af, grijpt de fles uit haar handen en drinkt hem helemaal leeg. Ze schrikt zo hard dat ze meteen haar fiets neergooit en hard weg rent, terwijl ik nog een aantal foto’s probeer te maken van de dief, die met de fles een boom in is geklommen. Had ik er al wel bijgezegd dat de dader een grote aap met rode billen was? Dat maakt het verhaal misschien iets aannemelijker. Arme Suus was inmiddels al bijna terug naar Siem Reap gerend, terwijl ik een fotoshoot maakte met de hele apenfamilie. Ondanks al het bewijsmateriaal, hebben we trouwens maar geen aangifte gedaan.

Als we terug fietsen naar Siem Reap bewijzen de tuk tuk-chauffeurs hoe volhardend ze kunnen zijn. Allemaal proberen ze ons mee te nemen in hun tuk tuk’s, terwijl we zelf een vervoersmiddel hebben: ‘Too hot man, we put the bike in the tuk tuk, no problem my friend!’. Vervelend worden ze trouwens totaal niet, de meeste Cambodjaanse verkopers hebben humor en blijven altijd vriendelijk. Dat moet ik ze echt nageven! In de stad danken we onze lieve heer voor het schapen van het zwembad naast ons spotgoedkope hotelletje. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo’n lekkere duik heb genomen als deze!

DSC_0957

Wordt vervolgd.. onder water!

De volgende ochtend maken we een mooie wandeling door Siem Reap, als de temperatuur nog niet ‘bloedverziekend heet’ maar gewoon een comfortabele ‘snikheet’ is. We zien de kinderen verkoeling zoeken door in hun blote kont in de Siem Reap-rivier te springen. In het begin denk ik nog: ‘Goh, dat lijkt me niet verstandig’, maar na een kwartier rondlopen in gutsend zweet zegt dat stemmetje: ‘Ah joh, broek uit en gaan!’. Maar we houden nog even vol en koelen de rest van de dag af bij het zwembad. We sluiten daarna nog even af met een goed feestje in de Pub Street en komen tot een radicaal besluit: we gaan de route helemaal omgooien!

De bedoeling was om vanaf Cambodja nog door te reizen naar Laos, voordat we vanaf Bangkok naar Nieuw-Zeeland en Australië gaan. Omdat we daar ook het Great Barrier Reef gaan bezoeken, de allermooiste onderwaterwereld, willen we hier in Thailand nog even ons duikbrevet halen en dan later dit jaar nog terugkeren naar Laos. Zo gaan we dus weer een nieuw ongepland avontuur tegemoet en hoop ik binnenkort te mogen vertellen dat we onze ‘PADI’ hebben gehaald!

  • Share on Tumblr