De wereldreis begon met een bizar avontuur in China en daarna doorkruisten we Vietnam van Noord tot Zuid. Nu is het tijd voor het derde land op onze grote wereldreis: Cambodja. Net als Vietnam heeft het land veel verdriet gekend in de vorige eeuw, in tijden van oorlog, maar er wordt gekeken naar de toekomst. Een heftig land dus, waar genoeg interessants te vinden is voor ons ontdekkingsreizigers.

Een enkeltje oplichterij van Saigon naar Phnom Penh

Het openbaar vervoer in verre exotische landen, blijft altijd één van de meest avontuurlijke onderdelen. Het werkt altijd een beetje hetzelfde: je stapt in en hoopt de hele weg dat je op de goede plek zal uitstappen, liefst levend en nog ergens diezelfde week. Ondertussen zou het in principe wel lekker zijn als je ‘ongeveer’ dezelfde bagage weer uit het ruim kan trekken aan het eind van de rit, maar dan praten we al bijna over luxe. Van Vietnam naar Cambodja is het niet anders. Als ons koekblik op wielen bij de grens aankomt kunnen we twee dingen doen: ons paspoort meegeven aan de nu nog super vriendelijke buschauffeur, die daar dan zelf even vijftien euro per visum aan verdient, of we gaan zelf in de rij staan. Daar zegt de, nu al iets minder lieve man dan wel bij: ‘Ok, but bus don’t wait for you. Be fast’. Ergens snap ik niet precies hoe wij zelf het proces aan de grens kunnen versnellen, maar vooruit, we gaan het gewoon proberen, want die dertig euro is snel verdiend. En sowieso: de dag dat ik anderhalf keer zoveel betaal, omdat mijn buschauffeur het me ‘aanbeveelt’ is de dag dat Feyenoord weer kampioen wordt. Waarschijnlijk nooit.

De afloop laat zich al een beetje raden, onze visums duren extra lang; misschien wel afgesproken werk en de buschauffeur dreigt opeens dat hij ons gaat achterlaten. ‘Ten minute or the bus leave’, roept hij en ik geloof mijn oren niet. De man lijkt uit op wraak en opeens is hij heel boos. Als hij ook dreigt weg te lopen, houd ik hem tegen. Ik maak hem duidelijk dat wij net zo goed voor de bus hebben betaald, maar dan zonder de extra oplicht-service. Inmiddels staan we met onze visums in de rij van de douane en zien de zuurpruim overdreven zenuwachtig op zijn horloge kijken: ‘people miss connecting bus!’. Opeens zijn wij schuldig aan allerlei dingen, terwijl de douanier overdreven rustig de tijd neemt om de paspoorten door te bladeren: ‘hé, wat is dit voor stempeltje.. Hmm.. Bolivia, interessant’. Als we eindelijk de paspoorten hebben rennen we naar de bus toe. Onderweg snauwt de buschauffeur naar me dat ik mijn excuses aan alle mensen moet aanbieden en dat hij spijt heeft dat hij ons niet heeft achtergelaten. Dat terwijl, echt waar, wij helemaal niets raars hebben gedaan. We hebben zijn vals verdiende potje alleen niet gespekt. Het kon bijna niet lelijker, hoe deze man tegen ons deed, maar, ja hoor: toch wel. Na onderweg nog veertig minuten te zijn gestopt om op zijn dooie gemak een driegangendiner en een biertje naar binnen te slurpen, vertelt de chauffeur aan de hele bus dat ze hun aansluiting in Phnom Penh door ons hebben gemist. Een hartelijk welkom in Cambodja, maar we zijn er, zowaar mèt alle bagage. Dan was dit dus toch een luxe bus!

Een duik in de Cambodjaanse geschiedenis laat je niet onberoerd

Normaal probeer ik mijn blog altijd op een leuke manier te schrijven. Ik zie altijd de humor in de problemen die we op reis tegenkomen, want ups en downs (en buschauffeurs) maken het reizen juist zo fantastisch mooi. Nu zijn er in de buurt van Pnomh Penh echter twee bezienswaardigheden, waar ik niets leuks over ga kunnen zeggen. Het zijn must-do’s om de Cambodjanen en hun nog verse littekens te leren begrijpen, maar je kan er behoorlijk depressief van worden.
Tussen 1975 en 1979 greep de communistische dictator Pol Pot de macht in Cambodja. De leider van de hardhandige ‘Rode Khmer’ wilde het land hervormen en richtte zich daarbij vooral op de agrarische sector. Hij beloofde het land een glorieuze toekomst; maar in zijn rijk moest iedereen gelijk zijn, waardoor de mensen hun persoonlijke bezit en met name alle vrijheid moesten inleveren. Mensen werden zonder enige ervaring op het land aan het werk gezet en hadden belachelijk lange werkdagen. Eten werd alleen nog gezamenlijk gedaan en dat was vaak veel te weinig. Alleen door uitputting en verhongering kwamen al duizenden mensen om het leven.
Maar het werd allemaal nog veel erger natuurlijk; dat ervaren wij in het Tuol Sleng Museum en de Killing Fields. In totaal is namelijk een kwart van de bevolking uitgeroeid onder leiding van Pol Pot.
Wie niet wilde meewerken aan het belachelijke regime van Pol Pot, werd gearresteerd. Allerlei gebouwen kregen daarom een nieuwe functie als gevangenis. Vooral scholen waren ‘niet meer nodig’. De Tuol Sleng gevangenis die wij bezoeken, was dan ook een basisschool voordat de Rode Khmer hier duizenden mensen gevangen namen. Maar is ‘gevangenis’ eigenlijk wel het goede woord, als niemand er ooit levend uit kwam?

DSC_2093

We lopen door de oude klaslokalen en zien bedden met metalen kettingen, met aan de muur een zwart-witfoto van dezelfde setting, alleen dan met een doodgebloed persoon op het bed. De hele sfeer is misselijkmakend en overweldigend. Ik vind het vooral niet te bevatten dat het nog geen veertig jaar geleden allemaal is gebeurd. In een ander gebouw zien we de foto’s van duizenden slachtoffers die door de bewakers nauwkeurig zijn bijgehouden; foto’s die gemaakt zijn vlak voor en zelfs na de dood. We zien de wanhoop en angst in de ogen van de mensen, die inmiddels al lang van de aardbodem zijn verdwenen. En dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Vooral het feit dat alles in exact dezelfde staat is gebleven, maakt deze plek heel angstaanjagend; zo zien we nog een heleboel opgeslagen schedels met kogelgaten erin.

Op een gegeven moment was er niet genoeg ruimte en geld om iedereen ‘netjes’ met een kogel te vermoorden. In het geheim ontstonden er zogenaamde ‘Killing Fields’, plekken waar mensen als dieren zijn afgeslacht om ze meteen in de grond te kunnen stoppen.
Wij bezoeken de grootste en bekendste in Choeung Ek. Terwijl we er rondwandelen, het zonnetje schijnt en de vogels fluiten, luisteren we via een koptelefoon naar de afgrijselijke geschiedenis van deze plek. Het dieptepunt is een grote dikke boom, de ‘Killing Tree’, waar baby’s voor de ogen van hun moeder werden doodgeslagen. Vaak werden die vrouwen nog even verkracht en dan zelf ook vermoord.
Van de meeste mensen werd het hoofd ingeslagen met de achterkant van een wapen. In een grote stupa zijn duizenden schedels te zien, met inderdaad een groot gat erin. Andere slachtoffers zijn onthoofd of levend begraven. Via het bandje horen we onder andere een beul vertellen over de dingen die hij heeft moeten doen, puur om zelf in leven te mogen blijven. Nee, de Killing Fields zijn niet bepaald ‘a walk in the park’. Veel mensen lopen met traanogen rond en je voelt een soort spanning om je heen, omdat deze plek eigenlijk niet te bevatten is.

DSC_2022

De ‘parel van het Oosten’ heeft een hoop te verwerken, maar de mensen lachen

Wanneer we weer buiten zijn, in het Cambodja van nu, nemen we een kijkje bij het Koninklijk Paleis, dat nog steeds bewoond wordt door Koning Sihamoni. Afgelopen zomer waren we nog in het ‘Grand Palace’ van Bangkok en als je even niet bij de les bent, zou je zo denken dat je daar bent. Sommige gebouwen, zoals de ‘Tempel van de Smaragdgroene Boeddha’ zijn exacte gekopieerd hier in in Cambodja. En het grote voordeel, hier geen enkele Chinees die ons met selfie-stick en zonneparaplu in de weg loopt. Een stuk veiliger voor de ogen dus!
We lopen vanaf daar langs de Mekong-rivier en verkennen de stad Phnom Penh. Het valt ons op dat we niet heel veel oude mensen zien. En bij de oude mensen die we zien, gaan we ons afvragen wat die personen allemaal hebben meegemaakt. Met al die heftige indrukken bekijken we de mensen dus een beetje anders. Er is veel armoede in de hoofdstad, maar overal wordt keihard gewerkt aan de toekomst. De positiviteit van de mensen maakt Phnom Penh een toegankelijke en warme stad. Het is niet een plek waar we zomaar een week zouden gaan ronddwalen, maar voor ons is het een prima startpunt van de reis door Cambodja. Als we de stad verlaten is het sowieso tijd om dit land weer van de zonnige kant te bekijken. Cambodja heeft naast het verdriet ook heel veel plekken waar je wèl vrolijk van wordt.

DSC_2359

Hagel witte stranden langs een ongerepte jungle: Koh Rong

Vanaf de hoofdstad Phnom Penh pakken we de bus naar de badplaats Sihanoukville. Daar komen we weer in een heel ander Cambodja terecht. De kust aan de Thaise golf is bezaaid met tientallen bars, discotheken en restaurants. Alles is er bovendien spotgoedkoop, waardoor we echt even goed kunnen uitpakken; zelfs met ons backpackers-budgetje. We luieren op het strand met een Anchor-biertje en als de avond valt eten we verse tonijn van de barbecue; waanzinnig lekker! Als je dagen lang door heftige Vietcong-tunnels, martelmuseums en Killing Fields hebt lopen banjeren, dan voelt dit wel echt even als een opkikkertje. We beseffen ons dat we echt weer op één van ’s werelds mooiste plekjes zijn aangekomen. En dat heeft niet zozeer te maken met de badplaats waar we een nachtje slapen, maar meer met het natuurschoon wat hier voor de kust op ons ligt te wachten. Cambodja heeft namelijk een aantal bounty-eilandjes die je zo in een reisgids kunt plakken onder het kopje ‘paradijs’.

Wij pakken de boot naar Koh Rong, een eiland dat weliswaar wat toeristischer aan het worden is, maar we zullen verblijven aan de veel minder ontwikkelde kant. Het eiland kent namelijk ongekend mooie verlaten stranden, waar nog geen verkoper of tuk tuk aan te pas komt. Bovendien is het eiland volledig geïsoleerd van gemotoriseerd vervoer en de beste, voor ons ook de leukste, manier om op Koh Rong de natuur te zien is te voet, dwars door het oerwoud.
Wij hebben alvast ons eigen plekje in het paradijs gereserveerd: een tent in een eco-resort op een strand met de exotische naam ‘Coconut Beach’. In de middle of nowhere, in de pure natuur, komen we even heerlijk bij en laten we alle indrukken van de afgelopen weken bezinken. En op de foto hier onder zie je mijn nieuwe beste vriend, die vanochtend druk in de weer was rond mijn tent. In de volgende blog zal ik alles vertellen over onze ontdekkingen op dit eiland. Wat een reis is dit toch aan het worden.

DSC_0820

  • Share on Tumblr